Psychomotorische therapie met Lia Maas; helen door beweging

Lizet: Van harte welkom bij de Nederlandse podcast over de meest mooie body- en mindmethodes. Vandaag gaan we het hebben over psychomotorische therapie. Wat is dat precies, en hoe helpt het jou verder? Vandaag is Lia van der Maas mijn gast. Zij is al meer dan zestien jaar psychomotorisch therapeut, heeft een eigen praktijk, en heeft jarenlang wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effecten van deze therapie. Van harte welkom, Lia!

Lia: Dankjewel!

Nieuwsgierig naar de aflevering? Hier kun je de podcast luisteren:

Lizet: Laten we maar direct beginnen. Wat is psychomotorische therapie?

Lia: Ja, dat is altijd een mooie vraag. We doen altijd ons best om dat met woorden te vertellen, maar eigenlijk moet je het ervaren. Nou ja, dat lukt nu niet, dus dat gaan we niet doen. Hoe ik het altijd verwoord is, het zit al een beetje in het woord zelf: psychomotorisch. Dus we zijn heel erg voor de verbinding, voor de integratie tussen lichaam en geest. En hoe doen we dat? Wij doen dat met name met situaties creëren in een beweegruimte, in een zaaltje, zo moet je het zien. Heel veel PMT’ers werken in een sportzaaltje. We zetten situaties neer doormiddel van sport- en spelactiviteiten, of door meer ontspanningsactiviteiten. En die ervaring die mensen daarin hebben, daar gaat het om. Dat geeft inzichten, dat geeft de mogelijkheid om te experimenteren met ander gedrag. Mensen gaan dingen voelen, en daardoor worden dingen helderder voor ze. Dus echt die ervaring doormiddel van sport, spel, wat dan ook dat we dan neerzetten, daar gaat het om, en daar zit dan de mogelijkheid in om te veranderen.

Lizet: Je zegt eigenlijk dat het sport en spel is, en daarin kan je experimenteren, en daarmee kan je gedrag veranderen.

Lia: Ja. Dus oorspronkelijk komen we heel erg vanuit de lichamelijke opvoeding vandaan, dus de gymleerkrachten zeg maar zo. Oorspronkelijk is een gymleerkracht begonnen binnen de psychiatrie, dan gaan sporten met de cliënten, in eerste instantie meer voor fysieke verbetering. Maar ze merkten al snel dat er meer gebeurde dan alleen maar fysieke verandering. Dus vanuit daar is het eigenlijk geboren. Dat is eigenlijk de oorsprong van PMT. Over de jaren ontwikkelt het zich door, dus niet alleen meer sport en spel, maar ook allerlei verschillende soorten ontspanningsmethodes, meditatie, wat natuurlijk de afgelopen jaren veel meer in de trend is geraakt zeg maar. Dus wij noemen dat de meer lichaamsgerichte methodieken, die zijn de laatste tien-twintig jaar er echt helemaal bijgekomen en is dat helemaal een onderdeel van wat wij doen als PMT’ers, naast het meer bewegingsgerichte zoals wij dat dan noemen, en dat is dan meer doormiddel van sport- en spelachtige oefeningen. Maar daarbij kan je ook denken aan wanneer er een aantal turnbanken staan bijvoorbeeld, als je een turnbank op zijn kop neerzet dan heb je zo’n smal latje waar je overheen kan lopen, dat is dan een balanssituatie. Dan gaat het niet over hoe goed ik over dat balkje kan lopen, nee, dan gaat het over wat er gebeurt als ik in een uit-balanssituatie terechtkom. Hoe reageert mijn lichaam daarop? Dat is eigenlijk altijd ons beginpunt. Wat gebeurt er in je lijf, wat voel je daar? En vervolgens… wat doe ik dan? Welk gedrag vertoon ik dan? En dan kan je gaan kijken of dat dan handig is, of het je helpt, of dat het ook anders zou kunnen doen. En voelt dat dan ook anders en is dat dan ook prettiger voor mij.

Lizet: En wat voor soort mensen komen daar dan op af? Zijn dat dan mensen die juist met sport veel hebben gedaan, dat die daar geïnteresseerd in zijn, of is het juist voor iedereen geschikt?

Lia: We zeggen wel eens dat iemand affiniteit moet hebben met bewegen, dat wil dus niet zeggen dat je heel veel sport gedaan zou moeten hebben. En tegelijkertijd kan het ook heel erg goed werken voor mensen die eigenlijk juist altijd heel veel moeite hebben gehad met bewegen, en daardoor juist heel veel moeite hebben met hun lijf, en dat je dus samen kan zoeken hoe je dan weer juist ok kan zijn met je lijf. Wat kan er wel? Wat is wel ok? Dus er zit wel een lijflijk element in, dus aan de ene kant is er affiniteit met bewegen. Soms is dat dan juist een fijne ingang, dat als er ergens spaak gelopen wordt in het proces van verandering, of van ergens mee om leren gaan. Als die persoon heel veel affiniteit heeft met bewegen, dan is PMT misschien een mooie ingang om toch ergens te komen. En aan de andere kant is het soms juist de last met het lijf waardoor je juist aan PMT zou kunnen denken.

Lizet: Dan moet ik denken aan de mensen die het bijvoorbeeld heel lastig vinden om te voelen of ze
 überhaupt hun lichaam kennen.

Lia: Ja. En ook mensen die bijvoorbeeld als kind met gym of met bewegingsontwikkeling heel veel problemen hebben gehad.

Lizet: En je noemde net de oefening van op de balk, balans,… nou wat doe je dan verder? Want bij een coach, psycholoog dan heb je het erover, over inzicht, opdrachten, die krijg je dan mee naar huis even heel erg ge… Maar wat is dan eigenlijk net de toegevoegde waarde van jullie, of net de andere waarde van hoe jullie daarmee verdergaan?

Lia: Ja, een hele belangrijke toegevoegde waarde is de ervaring op zichzelf. Dus doordat we het letterlijk in die zaal doén is er op dát moment een ervaring, in plaats van dat je gaat praten over een ervaring die ze in het dagelijkse leven hebben gehad. Dus daar zit een hele grote kracht, dat er op dat moment dat je met iemand werkt een ervaring is, en daar kan het op dat moment over gaan. Dat horen we heel vaak, dat je er als cliënt dan niet meer omheen kan, want het is er op dat moment, in de ruimte. Wat dus wel heel vaak als confronterend wordt ervaren. En al helemaal als we dan een heel simpel spelletje doen en dat ze denken: “Oh, ik doe het hier ook al. Dit is maar een heel simpel spelletje maar ik laat hier nog steeds dit gedrag zien.”

Lizet:  Heb je ook een voorbeeld voor de mensen? Als je het dan bijvoorbeeld over balans hebt… mag ook een ander voorbeeld zijn, van wat dan confronterend is voor de mensen in die ervaring?

Lia: Nou, in een balanssituatie bijvoorbeeld, kan het heel confronterend zijn voor mensen dat ze merken dat ze niet mogen wiebelen van zichzelf. Dat er dus eigenlijk het liefst heel gecontroleerd en strak, zonder wiebelen naar de overkant gegaan moet worden. En dat herkennen ze dan wel vaak van zichzelf. Maar dat ze dat dan op zo’n balkje merken van: “Ik mag helemaal niet wiebelen van mezelf merk ik. Ik moet het eigenlijk zo strak mogelijk doen, en als er wel een wiebel is dan vind ik dat niet ok. Dan word ik bijna soort van boos op mezelf.” Dus dat is het confronterende wat ze dan meenemen.

Lizet: En hoe vertaalt zich dat dan? Want dan voelen ze dat, ervaren ze dat op dat moment, dan weten ze voor zichzelf van “oh ja, dat is niet heel onbekend voor mij”. Maar hoe kunnen ze dan vervolgens de vertaalslag maken naar hun eigen leven daarin? Gaan ze dan naar huis met de opdracht om eens te gaan kijken waar ze dat allemaal doen?

Lia: Bijvoorbeeld. Dat kan een voorbeeld zijn. Maar het stopt natuurlijk niet met het inzicht van “oh ja, dit herken ik”. Vervolgens ga je met elkaar kijken van “wat nou als we toch eens gaan proberen te wiebelen? Laten we dat eens proberen. Laten we eens kijken wat er dan gebeurt. Hoe erg is dat eigenlijk? En wat voel je dan? Welke weerstaand komt er omhoog als je wel gaat wiebelen, in jezelf.” In het mentale stuk zitten we dan, dan hebben we het over de weerstand. “Dus wat maakt dat het zo moeilijk voor je is om te wiebelen?” Dus dan gaan we verder zoeken naar “waar gaat het eigenlijk over?” Dus het stopt niet bij “oh ja, dit herken ik”. Nee, dan begint het eigenlijk pas. Bewustwording is wel heel belangrijk, maar dan ga je zoeken naar hoe het ook kan en zeker in het dagelijks leven. Dus bewustwording, en vervolgens je afvragen: “Wanneer doe ik dit allemaal? Wanneer ben ik zo heel erg controlebehoeftig en mag ik niet wiebelen van mezelf?” En daarna is het dus ook kijken van dat je het in de zaal een keer anders hebt geprobeerd, laten we dat dan ook eens in het dagelijks leven, bij in eerste instantie simpele dingen, doen. En hoe is dat dan voor me?

Lizet: Hele andere vraag. Wat spreekt jou zelf aan in psychomotorische therapie? Waarschijnlijk ben je het toen je jong was ergens gaan studeren. Wat was voor jou de trigger om te denken: “Hey dit past bij mij.” Of misschien dacht je er nog weinig bij.

Lia: Nou, ik ben het in eerste instantie gaan studeren omdat ik eigenlijk al van heel jongs af aan het idee had dat ik wilde gaan sporten met mensen met een lichamelijke beperking. Dat was mijn idee van wat ik wilde gaan doen. Dat is een beetje met een zijgang gegaan via bewegingswetenschappen, maar toen ik eenmaal op de opleiding zat werd ik uitgedaagd om ook de psychiatrie uit te proberen, omdat PMT daar ook meer aanwezig is. Dat is een beetje onze oorsprong, dus dat is waar we wat meer aanwezig zijn dan in revalidatie, waar mijn eerste passie ligt. Waardoor ik dus bijna verplicht kennis moest maken met de psychiatrie, en dat triggerde me toen wel heel erg, omdat ik daar heel erg het puzzelen met de complexiteiten heel interessant vond. En dat de PMT’ers juist binnen de GGZ echt wel een andere smaak brachten zullen we maar zeggen, waar de psychologen echt wel op cognitie zitten, konden wij ook iets met het lichaam gaan doen, wat bij heel veel verschillende diagnoses heel belangrijk is. Dus dat intrigeerde mij. Dus ik ben er een beetje via een andere weg ingegaan, maar altijd zelf ook wel lijflijk, sportief, dat altijd leuk gevonden. Dus dat was een beetje de ingang, en door de opleiding werd ik eigenlijk een beetje de andere kant op gestuurd. En het puzzelen is nog steeds heel leuk. En wat ik in de opleiding heel erg me levendig kan herinneren is het moment dat we bij het vak turnen, want ja dat deden we ook, daar deden we runrad-turnen, ken je dat?

Lizet: Geen idee.

Lia: Dat is een megagroot rad, groter dan jezelf, dat is van staal, je ziet het wel in acrobatiekdingen. En wat daar dus heel erg is… dan gingen we op een horizontaal staafje zitten, en dan ging je naar beneden en dan ging je weer omhoog als dat rad ging rollen over de grond…

Lizet: En jij ging dan rechtop zitten, of jij rolde mee?

Lia: Ja, dus ik ging daar op zitten en dan kwam je dus boven op dat rad zitten, wat dus hoger is dan jijzelf, dus dat is best wel hoog. Het is denk ik wel ruim twee meter hoog. En dan ging je weer naar beneden terwijl je groepsgenoten zo wat zaten na te draaien. En toen we daar mee bezig waren, toen schreeuwde de docente van aan de andere kant van de zaal: “Lia, loslaten!” [lacht] …Dus met andere woorden, ook ik moest controle loslaten en dat is iets wat ik nooit zal vergeten. En op het moment dat dat lukt om dat dan ook te doen, dan voel je hoe makkelijker dat gaat eigenlijk. En dat is er een…

Lizet: …die je nooit meer vergeet.

Lia: Die je nooit meer vergeet. Dus ja, dat soort ervaringen hebben me nog meer gegrepen, van hoe sterk het eigenlijk is om het letterlijk te ervaren, te voelen. En hoe die ervaring zo krachtig bij je blijft, voor mijn gevoel krachtiger dan er alleen maar over te praten.

Lizet: En is dat eigenlijk nu ook als je naar je eigen leven kijkt? Pas je dat zelf ook nog toe? Wanneer je even niet lekker in je vel zit ofzo, je hebt een scala aan oefeningen denk ik, aan ervaringen. Als jij niet lekker in je vel zit, zou jij dan zelf ook een oefening voor jezelf inzetten, of iets ervaringsgerichts inzetten?

Lia: Euhm… ja. Ik zoek het ten hedendagen meer in meditatie, ontspanning, mijn lichaam volgen op die manier zelf, dan dat ik het meer in de sport en spel zoek zeg maar. Ik denk dat dat komt omdat ik ouder word, dat is mijn gedachte. [lacht] Maar ja, als ik merk dat ik ergens mee zit, dan zoek ik het in eerste instantie daar. Dus dan ga ik zo iets doen.

Lizet: En even kijken, voor mij kan meditatie en mindfulness, dat kan mentaal zijn, maar dat kan ook lichaamsgericht zijn. Als ik een begeleide meditatie heb waar je heel erg naar je lijf toe gaat, of je hebt een meditatie waarbij je gewoon stilzit en bijvoorbeeld alleen op je ademhaling let. En is het dan zo dat jij vooral kiest voor de lichaamsgerichte of gewoon wat er op dat moment goed voelt?

Lia: Ja, wat dus op dat moment goed voelt. Ja. Ik doe niet te snel meditatie op mijn gedachtes, dat doe ik niet. Maar wel gewoon… zitten en ademen, of meer echt het lijf helemaal doorlopen, of het lijf in beweging volgen. Sinds kort doe ik ook aan TRE, wat ook in de podcast voorbij is gekomen, dus die pak ik er ook geregeld bij. Dus zo heb ik verschillende dingen in mijn rugzakje. Welke ik wel meer vanuit het bewegingsgerichte af en toe doe is ergens mee gooien.

Lizet: Ja, lekker! Niet met potten, pannen en borden waarschijnlijk. [lacht]

Lia: Nee! Met kussens, meditatiekussen daar gooi ik graag mee want dat heeft gewicht. En dat doe ik dus ook geregeld met cliënten, als het gaat over expressie van emotie dan zijn we ook regelmatig aan het gooien, of aan het schoppen, aan het stoten, aan het slaan. En dat doe ik zelf ook wel eens ja… met de was ofzo [lacht]

Lizet: Met wat er voorhanden is en niks stukmaakt.

Lia: Ja precies!

Lizet: Je hebt het net even over emotie, of wat ik veel tegenkom ook in mijn praktijk, is dat boosheid voor best wel veel mensen een lastige emotie is. Als jij nou kijkt naar de afgelopen 15, 18 jaar dat je met het lijf bezig bent, wat heb jij naar jouw gevoel ontdekt over waarom het voor velen zo lastig is om emoties te uiten? Ontdekt is misschien een verkeerd woord, maar…

Lia: Oeh. Ja… er zijn denk ik meerder factoren, maar je ziet heel vaak dat het iets is wat ze niet gewend zijn, wat er nooit heeft mogen zijn of wat ook in de maatschappij niet ok is. Dat dat eigenlijk niet ok is om te tonen dat dat er is, het tonen van kwetsbaarheid. Dus kwetsbaar durven en mogen zijn. Want als je emoties toont, dan voel je je meestal kwetsbaar. Dus dat zijn wel de meeste dingen die ik zie. Ja, dus of het wordt niet gehoord of gezien, of het mocht er nooit zijn, en het is moeilijk om kwetsbaar te mogen en kunnen zijn. Dat zijn denk ik de belangrijkste dingen.

Lizet: Zie je ook dat psychomotorische therapie daar een slag in slaat om dat makkelijker voor mensen te maken?

Lia: Ja ik denk het wel. Juist omdat we het minder met woorden doen, maar meer met het lijf. Want als we het bijvoorbeeld over boosheid hebben dan zeg je van: “Ja, ik kan toch niet op iedereen boos worden waar ik boos op ben?” En dan zeg ik: “Nee, want dat is ook niet wat ik van je vraag. Maar je kan wel op jouw moment dat je voelt dat er iets speelt bij je, of dat je boos bent op iemand maar daar wil je niet direct boos op worden, of je wil daar wel een goed gesprek mee hebben maar je wil niet meteen al je boosheid daarin neerleggen, dan zou je eerst eens moeten kijken met je lijf of je die boosheid er eerst een even een beetje uit kan krijgen.” Waardoor je het topje van de ijsberg er misschien al een beetje af hebt gehaald, waardoor je er makkelijker met iemand misschien over in gesprek kan gaan. Dus door eerst met het lijf er iets mee te doen, help het ook om jezelf al een beetje te reguleren. Dus ja, ik denk dat het helpt om met het lijf ermee bezig te zijn. Ja en wij als PMT’ers hebben daar verschillende methodieken, of verschillende oefeningen voor, en dat kan helpen.

Lizet: Ja, want dan heb je boosheid, maar je hebt natuurlijk ook een stukje verdriet, angst,… Zijn emoties eigenlijk een onderwerp wat vaak voorbij komt?

Lia: Zeker. En bij boosheid denken we heel vaak aan die expressie, bij angst gaat het ook heel vaak over hoe je er eigenlijk mee omgaat, dus wanneer luister je wel naar de angst, en wanneer moet je er misschien iets minder naar gaan luisteren? En proberen om met angst toch dingen te doen. En dat kunnen we heel mooi opzoeken op bijvoorbeeld dingen op hoogte, of dingen met de ogen dicht, dus spanning opzoeken en dan kijken hoe je eigenlijk omgaat met deze angst je nu voelt, en hoe we dat samen doen. En hoe ga je dat zelf doen? Hoe ga je daar rekening mee houden en het reguleren en het toch doen? En verdriet, dat gaat over expressie maar dat gaat ook over troosten. Hoe kan je troost ontvangen? Hoe troost je jezelf? En dan gaat het over hele zachte dingen en dan worden er ook plekjes gemaakt en hoekjes gemaakt met allemaal kussentjes, dan worden er soms ook knuffeltjes bijgehaald, dan worden de kussentjes vastgehouden… nou ja, dan wordt er meer op die manier gewerkt. Afhankelijk van de emotie is er een bepaalde werkvorm die soms wat passender is.

Lizet: Mooi! Aan het begin zei ik ook dat je wetenschappelijk onderzoek hebt gedaan naar de effecten ervan. Volgens mij is dit een mooie link om te zien dat dit is wat jullie doen met emoties, of wat jullie kunnen doen met emoties. Maar als je verder kijkt naar de effecten van PMT, kun je er iets over vertellen waar je onderzoek naar hebt gedaan, of wat jou het meest is bijgebleven, wat je meest mooi vindt?

Lia: Ja. Ik heb specifiek onderzoek gedaan naar de effecten van PMT bij mensen met chronische pijn, en dan met name in een multidisciplinair revalidatieprogramma. Inmiddels zijn er gelukkig al meer onderzoeken met andere doelgroepen gedaan, maar daar ligt mijn kennis wat minder. Maar dit is wat ik gedaan heb. En wat we daar in zagen, is dat lichaamsbewustzijn echt verbeterde ten opzichte van mensen die geen PMT kregen, en dan kregen ze wel bijvoorbeeld fysiotherapie, ergotherapie waar ook gewoon wel met het lichaam werd gewerkt, waar ook ontspanning in zat.

Lizet: Ik ga even terugschakelen. Wat bedoel je met lichaamsbewustzijn?

Lia: Lichaamsbewustzijn, zoals ik dat gedefinieerd heb toen indertijd, want dat blijft nog altijd wel een discussiepunt, is dat het gaat over echt lichaamssignalen waarnemen. Dus ik voel een kriebel, of ik voel spanning in de spieren, of ik voel dat ik naar de wc moet, dus nou ja zo. Dus het gaat over lichaamssignalen, het gaat ook over de toestand van je lijf, dus ik voel me moe in totaal, of ik ben onrustig in z’n totaliteit, dus meer een toestand van waar je in verkeert. En als derde, het voelen van de reactie van je lichaam op emoties, en op dingen in de omgeving. Dat zijn eigenlijk de drie dingen waar je eigenlijk bewust van kan zijn.

Lizet: Dankjewel. Ja dat is fijn voor de luisteraar om te weten waar dat over gaat. Want het is en breed begrip.

Lia: Dat is een heel breed begrip. Er zijn heel veel verschillende definities, en er is nog niet echt uniformiteit over dus ja, het is belangrijk om helder te weten waar we het over hebben. Dus daar zagen we echt een duidelijk verschil, significant noemen we dat in de wetenschap, tussen mensen die wel en geen PMT hadden gehad, zowel direct na de behandeling als tot een jaar na de behandeling. En daarnaast zagen we ook op depressie, wat een heel veelvoorkomende co… noemen we dat, en bijdiagnose is bij mensen met chronische pijn. Ook daar zagen we een significant verschil direct na de behandeling. dus mensen die PMT hadden gehad, die verbeterden daar meer op dan de mensen die dat niet hadden gehad.

Lizet: Dat is mooi.

Lia: Ja. En dat effect bleef ook tot een jaar nadien. Alleen het verschil in effect doofde uit na zo’n drie maanden na de behandeling. Dus de mensen die geen PMT hadden gehad die groeiden daar naartoe, dus die verbeterden ook door, waardoor ze weer bij elkaar kwamen. En zo zagen we bij meer uitkomstmaten dat mensen die PMT hadden gehad eerder hun resultaten bereikten en dat de groep zonder PMT daar langer over deed. Dus dat vonden we ook een interessante, net of PMT een soort katalysator is in het totale programma om het op de een of andere manier wat sneller geïntegreerd te krijgen. Dus dat waren in het kort eigenlijk de dingen die we zagen. En wat ook nog wel een interessante was, is dat de mensen die met een lager lichaamsbewustzijn binnenkwamen, dat die nog meer profijt hadden van PMT dan degenen die al met een wat hoger lichaamsbewustzijn binnenkwamen. Dat geeft een beetje al een idee van wat een indicatie zou kunnen zijn.

Lizet: Ja, en dan eigenlijk ook hoe belangrijk het is om bewust te zijn van het lijf.

Lia: Ja. In ieder geval specifiek bij deze doelgroep.

Lizet: Ja, maar als ik hoor, in ieder geval, wat jij ook doet met je klanten gaat het heel erg over ‘wat heeft het lijf te vertellen?’. En dat doet me ineens denken aan het voorgesprek dat wij hadden, dat ik tegen jou zei dat het hier ging over body- en mindmethodes, en dat jij zei: “Ja, wat raar eigenlijk, want body en mind worden als twee dingen benoemd, en eigenlijk is dat maar één ding”

Lia: Ja en dat is ook wat deze methode beoogt te bewerkstelligen, dat er geen integratie is tussen die twee entiteiten, alleen… vanuit dat idee alleen al suggereren we dat het twee losstaande, twee gescheiden dingen zijn. Soms hebben we het nodig om dingen in hokjes te stoppen om het te snappen.

Lizet: Ik vind het gewoon leuk klinken, want als je het over lichaamsbewustzijn hebt, dan lijkt het alsof je het alleen over het lijft hebt, terwijl het bewustzijn natuurlijk weer veel meer in de geest zit.

Lia: Ja, en dat zijn eindeloze discussies die je daarover kan voeren. Want wat is dan de geest? Is dat alleen de prefrontale cortex, is dat het stukje bewuste brein? Of gaat dan over… nou ja, zo kunnen we eindeloos daarover bezig zijn.

Lizet: Gaan we niet vandaag doen. [lacht] Maar ik heb wel over jouw opmerking nagedacht van of er misschien geen mooi woord zou zijn voor lichaam en geest in een. Ja dat is misschien gewoon menszijn.

Lia: Ja dat maakt ons mens.

Lizet: Je hebt een lichaam, geest en ziel. Misschien is dat wel eigenlijk wat het is. Maar dat bedenk ik nu ineens hoor.

Lia: Ja, daarin vind ik ook de drie breincentra wel mooi. We hebben ons brein-brein, onze hersenen in ons hoofd, we hebben ons hartbrein en we hebben ons buikbrein, en daar wordt steeds meer over bekend, ook wetenschappelijk gezien. En dan zie je dus dat het allemaal ‘jij’ is, en waar zit dan je geest en waar zit dan je lijf? Ja maar je hoofd is ook je lijf en je hersenen zijn ook je lijf dus… nou ja…

Lizet: Ja het is wel leuk! Andere vraag, je zei helemaal aan het begin dat mensen het eigenlijk moeten ervaren. Dat snap ik, want het gaat juist over de ervaring. Maar voor de luisteraars, is er iets wat zij thuis kunnen doen waarvan jij zegt, ja dat is nou een leuke kleine opdracht die een minuutje duurt, of twee minuten, of nou ja, als het langer is ook prima, zodat ze iets van die ervaring mee kunnen nemen? Zonder dat ze direct naar jou of naar een andere PMT’er gaan.

Lia: Ja, die is altijd lastig. Hele kleine dingetjes die ik de meeste mensen aan het begin al meegeef, is, sowieso, zucht eens af en toe en voel eens wat dat met je doet. Daar gaat het uiteindelijk steeds weer over, wees bewust als je eens iets uitprobeert, voel wat het met je doet, voel wat voor effect het op je heeft. Het maakt niet uit wat voor effect. Soms voelt is fijner, soms voelt iets niet fijn. Dus dat is iets heel klein, zucht eens af en toe en voel eens wat het je doet. Maar wat ook heel leuk is, is pak eens een balletje of een petfles, en ga eens zitten of staan, en rol dat eens onder een van je voeten. Doe dat dan een poosje, en leg dan dat balletje of die petfles weg, en zet dan je beide voeten weer op de grond en ga eens vergelijken. Is er nou een verschil tussen die twee voeten? En ook dit gaat weer over bewustwording. Wat voel je nou dat er gebeurt? Dus dit is een heel concreet oefeningetje dat je je ook daarin weer bewustmaakt van dat als je iets doet, dat dat dan effect heeft ook op je gevoel. Dat maakt je bewuster van je lijf en dat maakt je bewuster van wat het met je doet.

Lizet: Ja dat is vooral dat lichaamsbewustzijn, dat dat dan echt ook weer geactiveerd wordt.

Lia: Ja, en dat kan je doortrekken in heel veel dingen. Als je altijd op hoge snelheid naar je werk fietst, fiets eens een keer rustig. En wat gebeurt er dan? Dus wat voor effect heeft dat op mij? Dus ik hoop altijd de nieuwsgierigheid van mensen te triggeren, de nieuwsgierigheid in zichzelf, naar zichzelf, naar hun eigen lichaam, naar hun emoties, naar hun gedachtes want die horen daar ook gewoon net zo goed bij. En door dit soort kleine experimentjes te doen kan je het bij jezelf triggeren. En dan zie je zelf vaker nog wel meer dingen waarvan je denkt: “Oh ja, mijn tanden poetsen, hoe doe ik dat eigenlijk altijd? Laat ik dat eens anders doen. Wat merk ik dan?”

Lizet: Een mooi woord wat ik ook vaak gebruik is “experimenteren” of “experiment”. Het hoeft allemaal niet hoogdravend te zijn. Gewoon, de nieuwsgierigheid, het experimenteren.

Lia: Ja daar zit het hem wat mij betreft in. Ervaar.

Lizet: Laatste vraag, of in ieder geval een van mijn laatste vragen, is iedereen welkom bij psychomotorische therapie? Maakt het uit hoe oud je bent, maakt het uit welke problematiek je hebt?

Lia: Nee in principe niet. Want er werken PMT’ers in ouderenzorg, er werken PMT’ers in de jeugdzorg en alles wat daartussen zit qua leeftijd. We werken in geestelijke gezondheidszorg, we werken in revalidatie, we werken in de verstandig gehandicapte zorg, dus ook daar zijn we overal aanwezig. Dus ja we bekleden heel veel. Het verschilt vaak wel per PMT’er wat de expertise is, of wat iemand kan of doet. Dus zoek een goeie uit die past bij jouw problematiek.

Lizet: Je noemt net eigenlijk de sectoren waar jullie in zitten, maar jij bent vrij gevestigd. Betekent dat dan ook dat als ik tegen een burn-out aanloop, dat ik ook naar een PMT’er ga, of is dat een hele onlogische keuze?

Lia: Nee, helemaal niet, ik heb meerdere mensen hier met burn-outs. Dus dat is ook zeker een diagnose die we hier voorbij zien komen. Dus in principe zijn er geen contra-indicaties, zo noemen we dat heel chic, maar het kan wel per PMT’er verschillen wat die wel of niet aan wil nemen. Daar moet je dan even goed naar kijken. En ook goed om te weten is dat we altijd psychosociale problematiek behandelen, dus dat is waar we mee aan de gang gaan via het lichaam.

Lizet: En wat bedoel je met psychosociaal?

Lia: Nou, om het verschil te maken tussen een fysiotherapeut die erg naar lichamelijke klachten kijkt meer anatomisch gezien, en wij zitten meer in de geestelijke gezondheidszorg als je het daar gaat zoeken. Dus als je mentaal vastloopt, emotioneel vastloopt, en het kan dus ook zijn dat je lichamelijke klachten hebt waar geen fysieke oorzaak voor valt te vinden en dat het niet helemaal klopt bij wat er fysiek gevonden wordt. Dan kan het net zijn dat je bij iemand die ook de psychosociale kant opzoekt, dat je toch iets kan vinden waardoor je daarmee kan leren omgaan of waarmee je het kan verminderen.

Lizet: Heb je nog iets wat je heel graag wilde vertellen wat ik helemaal niet heb gevraagd?

Lia: Euhm… nee ik denk het niet. Ik heb volgens mij tussendoor ervaringen van cliënten genoemd, dat het confronterend wordt genoemd, dat je er niet omheen kan. Dat is denk ik heel belangrijk. We merken dat mensen die soms erg cognitief zijn, en daar heel goed in zijn, en daar heel sterk in zijn, bij de psycholoog eromheen draaien, niet tot de kern komen. En dan komen ze hier weer wel een stap verder, en dan kunnen ze vervolgens ook met de psycholoog weer verder. Omdat het er in de zaal direct is. En dat is wat cliënten ook echt ervaren. Je kan er echt niet omheen.

Lizet: Dus het heeft wel wat lef nodig om hier naartoe te gaan?

Lia: Ja. Mensen zeggen ook vaak dat ze het spannend vinden, maar dat ze het willen aangaan. En als je er zo instaat, en je er voor openstaat dan denk ik dat je veel kan leren.

Lizet: Dankjewel!

Lia: Graag gedaan!

Lizet: En voor wie nog meer podcasts wil luisteren, ga naar de website www.bylizet.nl.

Reactie plaatsen